Malawi

Silke, Ayla en Evelien hebben in de zomer van 2017 gebouwd aan 2 lerarenwoningen en latrines.

Rukuru ligt in het Mzimba South district, relatief dicht bij het prachtige Lake Malawi. De dichtstbijzijnde grote stad is Mzimba, wat nog ongeveer 80 kilometer rijden is. Het gebied is bergachtig, wat prachtige uitzichten geeft over de natuur. Het dorp heeft 143 leerlingen en ongeveer 2000 mensen die leven van de landbouw. Landbouw is ook het primaire inkomen, vooral mais wordt veel verbouwd. Ook tabak en koffie worden verbouwd in dit gebied. Doordat de bevolking met oogsten erg afhankelijk is van het weer is de armoede hoog. Rukuru is zelfs voor Malawische begrippen erg arm.

Voordat de groep naar Rukuru kwam had het dorp twee schoolblokken, twee lerarenwoningen en vier tijdelijke latrines. Er waren meer lerarenwoningen nodig om betere leraren aan te trekken, want op dat moment was er maar één gekwalificeerde leraar. Het is erg belangrijk om in deze plaats het onderwijs te verbeteren. De 143 kinderen die naar school gaan, zijn tussen de 6 en 13 jaar, maar veel kinderen blijven thuis. Veel kinderen zijn nodig om te werken op het land of hun ouders hebben geen geld om de school te kunnen betalen. Ook wordt soms het belang van school niet ingezien, vooral bij meiden, zij maken dan ook vaak hun school niet af. Latrines zijn ook van belang voor de algehele hygiëne rondom de school.

In 3 weken heeft de World Servants groep twee lerarenwoningen tot aan het dak opgebouwd. Ook de latrines zijn gegraven en opgebouwd tot grond hoogte. In de weken daarna hebben de lokale bouwvakkers zo enthousiast doorgebouwd dat diezelfde zomer al één van de nieuwe leraren naar Rukuru kon komen. Voorheen was klas 1 t/m 4 aanwezig, maar met de nieuwe leraren kunnen ze ervoor zorgen dat ook klas 5 t/m 8 aanwezig is en de examens in de 8e klas kunnen worden afgenomen.

Silke, Ayla en Evelien schreven het volgende stuk over dit project:

Na een lange reis kwamen we ’s avonds aan in het dorp Rukuru, waar een heel welkomstcomité ons zingend en dansend op stond te wachten. De volgende ochtend zijn we eerst op huisbezoek geweest bij de lokale bevolking, om elkaar eerst beter te leren kennen. Want een vreemde groep blanken in je dorp is niet niks. We leerden Alex de leraar kennen, Sancta die leefde van zijn boerderij en nog veel meer inwoners van Rukuru. De bevolking was ons zo dankbaar voor onze komst dat ze twee kippen en een geit, die de naam Martin kreeg, aan ons gaven tijdens de welkomstceremonie. Dinsdag was het dan echt tijd om aan onze eerste bouwweek te beginnen. Hand in hand begonnen we met de lokale mannen en vrouwen aan de eerste lerarenwoning. En geloof ons, dat gaat hard als je met zoveel mensen op de bouwplaats staat. In het weekend mochten we met Stean een wandeling naar de berg maken waar hij werkt. Vanaf daar hadden we een adembenemd uitzicht op het dorp. Op de zondagochtend werd er een kerkdienst gehouden tussen de bomen met een swingend koor. Om ons daarna voor te bereiden op een heus interland tussen Nederland en Malawi. De lokale aannemer Luke hielp het Nederlandse team naar de overwinning en ook de vrouwen uit de keuken kregen een plaatsje in het team.

We verbleven in 3 mooie klaslokalen die vorig jaar door ActionAid, een andere organisatie zijn gebouwd. Deze klaslokalen werden omgetoverd tot een heus klamboeparadijs die meer dienst deden om ons te beschermen tegen alle “grote” spinnen en muizen dan de enkele luttele mugjes die voorbij zoemden. Maar ach, veiligheid boven alles. Bij Afrika denken jullie vast aan een lekker warm, soms iets te warm, temperatuurtje. De zon ging echter vroeg onder, en rond 6 uur gingen de eerste hoofdlampjes al aan. Alle mogelijke oplossingen werden bedacht om de avond en nacht een beetje warm door te komen; kampvuurtjes, joggingbroek aan, trui aan, slaapzak tot aan de kin, slaapzak weer uit,nog een shirt aantrekken en de slaapzak weer in. Ja, de groep was zeker creatief, en al met al hebben we heerlijk geslapen. Ook voor het eten dat we kregen mogen we heel erg dankbaar zijn.
’s Ochtends rijstepap, ’s middags rijst en ’s avonds rijst. Maar altijd gecombineerd met kool, wat bonen en zo nu en dan ei of……. martin, de geit van de openingsceremonie. Door de groep zelf geslacht en klaargemaakt.

Ondertussen ging het lekker vlot door op de bouw. Van een taalbarrière was er op de bouwplaats geen sprake, want met handen, voeten en rare dansjes kwamen we een heel eind. Over en weer riepen de lokale bouwvakkers om pindakaas, overtuigd dat dit toch echt het Nederlandse woord voor cement was. Waarna wij al snel de woorden livero livero, nonda en saha leerden in tumbouka. In het weekend mochten we zelfs bij de families van de bouwvakkers en andere dorpsgenoten blijven slapen. De gastvrijheid was heel bijzonder, ze hadden weinig maar gaven ons van alles.    

Maar aan alles komt een einde, zo ook aan ons verblijf in Rukuru. Het dak zat inmiddels op allebei de lerarenwoningen en ook de binnenmuren gingen al in de hoogte. Na de overdracht werd er afscheidgenomen van iedereen, een lastig moment wanneer je weet dat je elkaar heel lang niet meer zult zien. Ooit willen we terug gaan om te kijken hoe het met ze gaat en om mooie herinneringen op te halen…

  1. Er woont inmiddels al een nieuwe leraar in één van de lerarenwoningen, hoe tof is dat! ☺
Share